Terug van RockWerchter!
Zo, we zijn er weer. Gisteravond laat kwamen wij terug van vijf dagen RockWerchter en wat is het dan lekker slapen in je eigen bed. Het leek me goed om snel een verslag neer te zetten, want met zoveel indrukken vergeet je alles ook weer snel en wordt het zo’n mengelmoes in je hoofd.
Woensdag
Aangezien we een Camping XL ticket hadden konden we vanaf 16:00 al terecht op de campings rondom het festival terrein. Wij besloten om niet om klokslag 16:00 voor de deur te staan, maar op ons gemak een aantal uren later te gaan. Dat bleek een prima gok, want we hadden geen noemenswaardige last van rijvorming of wat dan ook. We konden keurig parkeren op parking A5, en op camping A3 (10 minuten lopen verderop) vonden we een plek om de tent op te zetten. Arno en ik zijn vrij geroutineerd met die tent, dus vlak voor zonsondergang waren wij er klaar voor. Het was meteen gezellig met de tentjes om ons heen: Remco en Lars stelden zich voor, en de andere tenten zouden de dag daarna bezet worden door nog een aantal van hun vrienden, namelijk Jeroen, Harmen en Ruu(r)d.
Verder was er die avond weinig te doen behalve onze broodjes ei op eten en de tent inrichten – het terrein was nog niet open en het werd snel behoorlijk koud. Pitten dus maar en op naar de volgende dag.
Donderdag
Donderdag ochtend arriveerde koud (allemachtig, ijsklompjes als voeten, brrrrrrr) en met wisselvallig weer. In de zon stond je in de fik, kwam er een wolk voor de zon, dan zat je met kippevel. Laagjes aan dus! Rond half twee hobbelden we eens naar het festivalterrein om daar wat rond te hangen, half te kijken naar OFWGKTA maar dat vonden we niet interessant genoeg.
Hapje hier, drankje daar, nog even richting de tent voor een tukkie, en het plan was om naar Anouk te gaan kijken zo rond 19:00. Om 18:30 kwam de regen echter met bakken uit de hemel, en we besloten dat we Anouk net niet leuk genoeg vonden om de regen voor te trotseren. Achteraf goed, de recenties zeggen niet veel goeds over de set.
Nadat het droog werd togen we dan toch weer richting het terrein, want Queens of the Stone Age gaf acte de presence. Ik ben geen number one fan, maar dit was echt een verdomd goede gig waar we met veel plezier naar hebben gekeken/geluisterd. Tussendoor deden we nog een mini-uitstapje richting de Pyramide Marquee, voor Eels, maar dat deed het hem niet voor ons. Dus terug maar weer naar QOTSA.
Daarna een hapje eten, en wachten op Linkin Park. Yup, een emo nu-metal groepje, maar ik was wel nieuwsgierig hoe ze het zouden doen
En hey, not bad, not bad at all. Hoewel de meningen de volgende dag verdeeld waren vond ik het een vermakelijk solide optreden. Goede vocalen, lekkere afwisseling tussen oud en nieuw werk, ik heb het naar mijn zin gehad.
Als afsluiter van de avond bleef Arno bij de main stage, wachtend op de Chemical Brothers (die een vrij teleurstellende standaard set hadden) en ging ik richting de Pyramide voor Hurts. Mijn god wat een afknapper zeg. Ik had me duidelijk vooraf moeten inlezen. Het album vind ik best goed, beetje melodisch en wel wat dramatisch hier en daar maar dat had me niet voorbereid op de over-the-top/campy/gekweld-emo/Tokyo-Hotel-ripoff/Bros-lookalike act die deze twee heren weggaven. Ze startten met Silver Lining, mijn favoriete nummer, dus daarna was het voor mij sowieso downhill, maar ik kon gewoon niet zonder te schaterlachen naar de set kijken.
Slick achterover gekamd haar, trillende emo handjes, hart-klopperij, over de microfoon gedrapeerd hangen …. toen de lead singer ook nog zijn microfoon standaard aan gort begon te slaan (hallo, je zingt een ballad en je bent geen metal band of doorgewinterde Mick Jagger of zo) en daarbij de vioolspeelster bijna vol in het gezicht raakte ben ik afgetaaid. Dan maar alleen naar het album luisteren
Vrijdag
De nacht van donderdag op vrijdag was zo mogelijk nog kouder dan die daarvoor, dus voor ons was het rillend 10 keer wakker worden en dan maar slaap inhalen toen de zon ging schijnen. Inmiddels plakten we ook aan alle kanten, dus we zijn tot zo’n 16:00 op de camping gebleven (en boodschappen gedaan bij de plaatselijke Carrefour op het terrein) en daarna gaan douchen. Bliss! Wel duur, 4 euro per douchebeurt o.O
Het weer was prima deze dag, zon en wolkjes, volgens mij nog een klein buitje maar dat was het dan wel. Het terrein begon er wel behoorlijk gehavend uit te zien
We kwamen op het terrein aan toen White Lies net begonnen waren, Farewell to the Fareground schalde over de weide. Ze deden het niet slecht! Ondertussen gingen wij een beetje rondscharrelen, wat eten, wat shoppen. Ik kocht een klokje aan een ketting en een jurkje. Ozark Henry deed het leuk in de Pyramide Marquee. Arctic Monkeys sprongen rond op de main stage, maar uiteindelijk bleven wij hangen bij Chase & Status, heerlijke dubstep en een feest in die tent joh! Lekker staan springen, achter ons een moshpit, waar Arno ook nog even in sprong en met een grote grijns weer uit opdook.
Yay, nog een van de bands waar ik me op had verheugd! Helaas voor mij werd Kings of Leon, net als Hurts, een flinke afknapper. Ik heb het nieuwe album nog niet goed genoeg beluisterd en de eerste helft van de set bestond voornamelijk uit werk dat ik niet kende. Op zich geen probleem, maar de band was verder ook vrij ongeinspireerd en stond (vond ik dan) vrij arrogant alleen voor zichzelf te spelen. Geen interactie met het publiek, nada. Arno en ik waren al gauw bored en besloten terug richting tent te gaan. Tegen het einde hoorden wij vanaf de camping dan wel Sex on Fire en Use Somebody, maar volgens mij hebben we er verder niet veel aan gemist.
De rest van de avond spendeerden we met onze nieuwe campingvrienden waarvan er een (Jeroen) helemaal lam was – briljant! Uiteindelijk heeft Arno hem aan 1 been uit onze tent gesleept hehe. De volgende dag was hij (Jeroen, niet Arno) wel zijn telefoon kwijt, ergens op het festival terrein verloren waarschijnlijk. De nacht werd weer verstoord door kou kou kou kou en een afgrijselijk hard snurkende Harmen die je letterlijk al aan het begin van het gangpad vanaf de hoofdweg kon horen (I can know, ik moest naar het toilet).
Zaterdag
Zaterdag begon dus brak, want dit was nacht drie op rij dat ik echt heel slecht geslapen had. Maar goed, dat mocht de pret verder niet drukken, want vandaag was Elbow-en-Coldplay dag! We waren dan ook al vroeg op het terrein. Schitterend weer trouwens, het werd steeds beter!
We arriveerden zo ergens tijdens The Pretty Reckless – Taylor Momsen in een Metallica shirt en zonder broek aan … ohwkeeee – en pikten nog een stukje The Gaslight Anthem mee. Daarna was het loungen op de weide tijdens Bruno Mars. Volgens mij verwachtte de gehele weide er niet zo veel van, maar ik combinatie met de relaxte sfeer en het heerlijke zonnetje deed zijn zuivere stem en zijn achtkoppige band met veel blazers het heel goed!
En daarna was het wachten op Elbow, voor mij het hoogtepunt van RW11. Ik had inmiddels een shirtje op de kop getikt, helaas hadden ze geen hoodies. We schoven de menigte in bij het tweede hek, dus het eerste vak en security voor ons en verder niets. Ik vond het wel best, lekker leunen op het hekkie en dichtbij genoeg.
Guy Garvey is geweldig, hij kreeg de hele weide mee en zong spatzuiver. Lekkere mengeling van oud werk en nieuw, ik kon alles meebleren. Met Tower Crane Driver, Lippy Kids en vooral One Day Like This moest ik toch wel vechten tegen de tranen … wow, Wendy en crying fan girlieness, niet gedacht dat ik dat mee zou maken. Ik weet niet wat het is, die band doet me gewoon iets. Zo zo zo blij dat ik ze nu eindelijk live gezien heb, en ze deden het fantastisch!
Na Elbow had ik eigenlijk meteen doorgewild naar Selah Sue in de Pyramid Marquee, maar dat ging gewoon niet. Ik zat te veel on an Elbow High, zeg maar, liep helemaal te stuiteren en voelde er niks voor om naar een andere gig te gaan kijken. Als ik hierna naar huis had gemoeten was het ook goed geweest haha
Dus zijn we hierna wat gaan eten, hebben wat rondgedwaald over het terrein en silly foto’s gemaakt. Nog even naar Portishead geluisterd (aaaaah, depressive shit, wegwezen!
) en zijn daarna gaan jumpen met Magnetic Man (opnieuw dubstep, maar een tandje minder goed dan Chase & Status) in de Pyramide. En toen ….. was het tijd voor Underworld en Coldplay. Balen dat ze tegenover elkaar geprogrammeerd stonden. Arno ging richting Underworld, ik richting Coldplay. En hoewel Coldplay door velen op dit festival verguisd werd, was het concert voor mij in ieder geval een van de hoogtepunten na Elbow.
Het publiek was geweldig, zo saamhorig, er was ruimte voor iedereen en iedereen zong massaal mee. Coldplay zelf was voor de verandering eens niet uber arrogant en maakte er ook een feestje van met lasershows, ballonnen tijdens The Scientist in het publiek, vuurwerk .. the works. Ze deden een compilatie van hun greatest hits afgewisseld met hier en daar wat werk van het nieuwe album, dus het was echt een feest van herkenning. Wel bizar hoor, zo’n 60.000 man op het veld en daar in je eentje tussen staan. Prachtige encore met Clocks en Fix You, en halverwege het laatste (voor mij onbekende) nummer besloot ik al richting de uitgang te schuiven. Goede zet, want terwijl de laatste klanken klonken glipte ik het terrein af, en daarna begon me toch een uitstroom, allemachtig.
Zondag
En zo brak de laatste dag al weer aan. De nacht een herhaling van de vorige (brrrrr) plus bijkomende ellende van schreeuwende camping gangers tot 5 uur in de ochtend. Opnieuw slaap ingehaald tijdens de dag. Rond een uur of 12 zijn we gaan inpakken – we hadden het plan opgevat om alles vroeg op te pakken en in de auto te dumpen, en dan de rest van de dag op het terrein door te brengen. Dat werkte meer dan prima, in no time zat alles weer op de steekwagen. In de auto hebben we nog even genoten van de airco, want zondag bleek de warmste dag van al te worden en het zweet droop van Arno’s rug.
Zo ongeveer tijdens Social Distortion kwamen we aan op het terrein, klonk lekker! Gauw nog even extra bonnen gehaald voor nog een hapje en een drankje, en daarna chillen in de zon. Tame Impala was lachwekkend slecht, dus dan maar naar het veld voor de mainstage wachten op de Kaiser Chiefs. Inmiddels heb ik ze al behoorlijk vaak gezien, maar het blijft toch een festival-feest-band en zeer vermakelijk. Heerlijk!
Daarna met verbazing kijken naar het vocale geweld van Grinderman – Brandon Flowers was ons even te zoet. Erg grappig, Arno vergeleek Grinderman met een zingende Hans Teeuwen: helemaal in zijn eigen wereld en maar gal spuwen haha. Ik vond het allang best, als ik maar niet meer op mijn voeten hoefde te staan
Vervolgens begaven we ons richting tweede vak want Arno wilde erg graag wat vooraan staan bij Iron Maiden. Ik had eerst het plan opgevat om hem daar even gezelschap te houden en daarna weer terug te sneaken richting uitgang, maar tegen de tijd dat het een half uur voor aanvang was, was het inmiddels zo druk dat ik niet zo’n zin had me door de mensenmenigte te worstelen. Daarnaast leek het omringende publiek me vrij mild dus ik was niet heel bang meer voor ruige mannen en stampende moshpits. Toch maar blijven staan dus, en achteraf ben ik blij.
Wat een prestatie zeg! Al zo veel jaar in het vak en dan nog zo’n daverende show twee uur lang neerzetten. Die gasten zijn onvermoeibaar en Bruce Dickinson, man oh man, wat kan die vent nog lekker uithalen. Hij pakt alle hoge noten prima en hij raast als een dolle over de stage. Zijn minder lieve kant liet hij nog even zien toen een idioot met een laserlampje in zijn ogen probeerde te schijnen … Bruce onderbrak het nummer dat hij aan het zingen was om de man even goed verbaal aan te pakken. Ik was even bang dat daarna de sfeer er uit was, want hij leek erg op zijn hoede, maar anderhalf nummer later was er niets meer aan de hand.
Jammergenoeg werd het verbod op crowdsurfen in de wind geslagen en werd er van achteren naar voren gecrowdsuft. Ik had er al een aantal voorbij zien komen, maar de laatste zag of hoorde ik totaal niet. Het enige dat ik me herinner is een daverende klap op mijn hoofd en het volgende moment lag ik gestrekt in de menigte. Ik denk dat ik even out ben geweest. Men hees me snel weer op mijn voeten, maar ik was compleet gedesorienteerd en voelde me beroerd. Gelukkig was dit tijdens het voorlaatste nummer, dus we konden snel weg. Halverwege terug naar de auto was ik even bang dat ik mijn avond eten er uit ging gooien, maar gelukkig hield ik alles binnen. Een beetje een domper op de feestvreugde, maar ach, het hoort er bij.
De terugtocht was vlot, binnen anderhalf uur waren we thuis. En nu is het nagenieten!
read more






























