Autogevecht

Zaterdagmiddag, uurtje of 2. Ik zit in de auto op weg naar een winkelcentrum in de buurt om een cadeautje voor ons petekind te halen dat vrijdag haar verjaardag viert.

Het is druk. Ik rijd op de rechterbaan, en voor mij rijdt een bestelwagen met aanhanger. Daaromheen – letterlijk – danst een knalrode Seat Leon, nieuw model. Hij voegt rechts in, haalt rechts in, duikt dan weer naar links en weer terug, enzovoorts. Niet alleen de kleur van zijn auto valt op maar ook zeker zijn rijgedrag.

Blijkbaar ook bij de bestelwagenchauffeur, die het op een gegeven moment zat is. Hij propt zijn wagen, ook niet echt zachtzinnig (maar wel begrijpelijk), in het eerste de beste gat aan de linkerkant. Vóór de Leon. Grappig hoe je auto’s eigenlijk met hun merken aanspreekt in plaats van met hun bestuurders. Ik zag de Leon beginnen te trillen van woede. Het was alsof hij nóg roder werd. Rechts, links, bam, voor de bestelwagen, en nu stoppen voor het stoplicht.

Er zwaait een deur open aan de bestuurderskant, en een tenger marokkaans haantje stapt uit. Flashy kleding, haar ultrakort geschoren. Met veel branie loopt hij richting de bestelbus. Ik doe alvast mijn autodeuren op slot en bedenk dat ik mijn telefoon thuis in de lader heb laten zitten. Handig.

De deur van de bestelwagen zwaait ook open. Er stapt een boomlange kerel uit. Hij staat met zijn rug naar me toe, ik kan niet inschatten hoe oud de bestuurder is. Hij heeft een grove witte kabeltrui aan of zoiets, over een broek met een legerpatroon. Zijn dat kisten? Dit wordt matten!

Maar nee. Misschien dat meneer-rode-seat-leon toch ietwat geintimideerd is door meneer-legerbroek. Hij zwaait nog eens met zijn vuist en loopt verongelijkt terug naar zijn auto. Het stoplicht is inmiddels van rood naar groen naar weer rood gegaan en achter mij vormt zich een toeterende rij.

Ik doe mijn autodeuren weer van het slot. De zon schijnt. Zo maar een gezellige zaterdagmiddag ergens in Brabant.